Diabetes - NHG Patiëntenbrief

Behandeling van diabetes

Versiedatum: april 2006

Bij een bepaalde vraag, klacht of ziekte kan de huisarts of praktijkmedewerker deze brief aan u meegeven. Deze informatie is niet bedoeld om een gesprek met de huisarts te vervangen.

Uw gezondheidssituatie kan anders zijn dan hier wordt beschreven.

Behandeling van diabetes mellitus

Bij de behandeling van diabetes streven we naar een normaal glucosegehalte van het bloed. Dit vermindert de kans op klachten en latere problemen aan uw ogen, nieren, zenuwen, hart en vaten.

Door gezond te eten, regelmatig te bewegen en bij overgewicht af te vallen kunt u de glucosewaarden van uw bloed verbeteren en het risico op hart- en vaatziekten verminderen. Zo nodig krijgt u ook medicijnen om het glucosegehalte van uw bloed te verlagen. Daarnaast is het belangrijk ook andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten te verminderen, zoals roken, hoge bloeddruk en een hoog cholesterol. Niet roken is het belangrijkste. Bij hoge bloeddruk krijgt u medicijnen om de bloeddruk te verlagen. Ook heeft u meestal baat bij medicijnen om uw cholesterol te verlagen.

Adviezen

Voeding

Bij diabetes mellitus is gezonde voeding van groot belang. De diëtist(e) kan u hierbij helpen. Let daarnaast op de volgende punten:

Eet vezelrijke koolhydraten (vooral in groente, fruit, peulvruchten);

Eet minder verzadigd vet. Onverzadigde vetten zijn beter voor uw hart- en vaten.

Probeer het aantal calorieën af te stemmen op uw lichaamsgewicht en uw dagelijkse activiteiten;

Gebruik niet te veel zout of suiker;

Een glaasje alcoholische drank kan geen kwaad. Maar neem niet meer dan twee glazen per dag en liefst niet elke dag. Alcohol kan uw bloedsuikergehalte ontregelen.

Drink geen alcohol als u bloedsuikerverlagende tabletten gebruikt. Deze medicijnen kunnen ervoor zorgen dat u slecht op alcohol reageert.

Overgewicht

Zorg bij overgewicht dat u niet zwaarder wordt. Probeer zelfs een paar kilo af te vallen. De voedings- en bewegingsadviezen kunnen hierbij helpen. Een kleine gewichtsvermindering helpt al om het glucosegehalte van uw bloed te verlagen. Bovendien is het gunstig voor uw bloeddruk en cholesterol.

Lichaamsbeweging

Lichaamsbeweging helpt het glucosegehalte van uw bloed te verlagen. Zorg dat u minstens een halfuur per dag intensief beweegt, zoals stevig wandelen, fietsen of zwemmen. Omdat lichaamsbeweging ook gunstig is voor uw lichaamsgewicht en bloeddruk, kunt u daardoor de kans op klachten en complicaties nog eens extra verminderen.

Medicijnen

Tabletten die het glucosegehalte verlagen

Soms zijn bovenstaande adviezen voldoende om het glucosegehalte van uw bloed te verlagen. Als het te hoog blijft, krijgt u tabletten om het glucosegehalte van uw bloed te verlagen.

Deze tabletten kunnen soms bijwerkingen geven. U kunt last krijgen van een te laag glucosegehalte van uw bloed, van misselijkheid, diarree en een verminderde eetlust. Als u hier duidelijk last van krijgt, bekijken we of de dosis van het medicijn moet worden aangepast of dat u beter een ander soort tablet kunt proberen. Als de glucoseverlagende tabletten onvoldoende helpen, kunt u insuline gaan gebruiken.

Insuline

Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose uit het bloed opnemen. Als het glucosegehalte toeneemt, zorgt insuline ervoor dat de cellen meer glucose opnemen zodat het glucosegehalte weer tot de normale waarde daalt.Insuline kan alleen met een prik (injectie) worden toegediend. Tegenwoordig gebruikt men hiervoor een insulinepen met een extra kort en dun naaldje. Het is vrij gemakkelijk te leren deze pen zelf te gebruiken.

Tabletten die het cholesterolgehalte verlagen

Als u diabetes heeft, heeft u vrijwel altijd baat bij een cholesterolverlagend medicijn (meestal een statine). Daarmee vermindert u het risico op hart- en vaatziekten. Statines remmen de aanmaak van cholesterol in de lever. Er is een kleine kans op bijwerkingen, zoals spierpijn.

Zelfcontrole

U kunt leren uw glucosegehalte zelf te controleren. Met een eenvoudig apparaatje prikt u in uw vinger. De druppel bloed die daarbij vrijkomt, doet u op een speciaal stripje. Het stripje past in een glucosemeter. De glucosemeter geeft met een getal aan hoe hoog het glucosegehalte van uw bloed is. Als u nuchter bent, is uw glucosegehalte goed als dit tussen de 4 en 7 mmol/l ligt. Twee uur na de maaltijd hoort uw glucosegehalte lager dan 9 te zijn.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u daar bij een volgend contact op terugkomen.

Meer informatie over dit en andere onderwerpen is te vinden op www.thuisarts.nl.